Eerder deze week maakte ik een blog met zwart‑witfoto’s. Mijn favoriete beeld was een foto van twee bonobo’s die mij de rug hadden toegekeerd. Op dat moment baalde ik. Ik dacht: verdorie, weer geen mooie foto’s van de bonobo’s. Maar nu ik de foto opnieuw bekijk, zie ik iets heel anders.
Van achteren zie je soms meer dan van voren. Moeder en kind. Samen zijn. Vertrouwen. Troost. Een arm die vanzelf om de ander valt. Het is een klein, teder moment dat allerlei verhalen oproept. Allemaal zacht en liefdevol.
Het laat me weer zien dat ik vaak niet fotografeer wat ik wil, maar pas later ontdek wat ik eigenlijk heb. Dat gebeurt vooral wanneer ik loslaat waarvoor ik naar een plek ben gegaan. Dieren kun je nu eenmaal niet regisseren, maar ze laten spontaan prachtige dingen zien.
Misschien krijgt deze foto, uitvergroot, wel een plek in mijn huis.
Geïnspireerd door dit moment ben ik gaan zoeken naar meer foto’s die ik van achteren heb genomen. Dat leverde verrassend veel mooie beelden op.
Hieronder een kleine selectie.
De wachter

Een blik in de negatieve ruimte.

De foto van de twee bonobo’s in kleur.
Samen



Deze hangt in zwart wit in mijn woonkamer. Uit dit blog: link

Zo zie je de gespierde rug en billen van Jambo. Mooi toch!

Een beetje meer privacy zou fijn zijn 😉

En soms maak je een foto van de achterkant en word je blij gemaakt met een kleine verrassing. Zo mooi, zo’n klein hummeltje.

Rode titi met jong (Apenheul 2021)